Login deelnemers

Nieuws

Schouten houdt vast aan verbod neonicotinoïden

De suikerbietenteelt kan een terugkeer van bietenzaad dat is gecoat met neonicotinoïden uit het hoofd zetten. Minister Carola Schouten (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) gaat voor de toepassing geen uitzondering maken op het Europese verbod. Ook wil zij gewasbescherming op recept en moet de toelating van middelen strenger onderzocht worden.

Het bovenstaande liet minister Schouten donderdagavond 6 juni weten in een algemeen overleg over gewasbeschermingsmiddelen. De minister benadrukt dat de discussie over neonicotinoïden al jaren speelt en dat de sector tijd genoeg heeft gehad zich voor te bereiden op een verbod. Alhoewel ze beseft dat het effect van het verbod op bietentelers groot is, ziet de minister geen aanleiding om af te wijken van haar besluit.

Minister Schouten komt nog met een reactie op het boek '#terugindetijd' van Boer Bewust en een rapport van Stichting Agri Facts. "Uitzonderingen op het Europese verbod zijn slechts tijdelijk. Het oneerlijke speelveld dat wordt ervaren met landen als België is dus ook maar tijdelijk. Het is dan ook zinvoller om te kijken naar alternatieven", zo stelt de minister. Daarbij meldt ze dat op een Europees verbod niet allerlei uitzonderingen moeten worden gemaakt.

Schouten kiest er daarom voor om vast te houden aan het advies van het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) en de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA). Schouten kreeg veel vragen over het feit dat de middelen die nu worden gebruikt schadelijker worden geacht. "Deze middelen zijn officieel toegelaten en mogen dus worden gebruikt", zo antwoordde zij. Wel ondersteunt ze het zoeken naar alternatieven.

Motie van wantrouwen
Esther Ouwehand (Partij voor de Dieren) zei gedurende het overleg dat ze volgende week een motie van wantrouwen indient tegen de minister. Zij beweert dat de voorgangers van minister Schouten informatie hebben achtergehouden. Ouwehand doelt dan op het bijenrichtsnoer, waarbij zij van mening is dat Nederland de invoering vertraagd heeft. Ze stelde hier vragen over aan Schouten, maar die werden pas beantwoord toen 'Follow the Money' een artikel over het onderwerp publiceerde.

De aankondiging raakt minister Schouten zichtbaar, maar ook de andere Kamerleden zijn van mening dat het aankondigen van een motie van wantrouwen voor het Pinksterweekend niet netjes is. Het was overigens niet het enige moment waarop het er fel aan toeging in het debat. Tjeerd de Groot (D66) was namelijk erg ontevreden over het feit dat de aanpak van het gebruik van glyfosaat nog steeds in het stadium van gesprekken zit. Hij diende daarom een motie in om tot stevigere maatregelen te komen.

Toekomstvisie goed ontvangen
In het algemeen overleg bleek ook dat de reacties op de 'Toekomstvisie gewasbescherming 2030' van Schouten over het algemeen positief zijn. "Volgens mij zijn we allemaal van mening dat de milieudruk vanuit de gewasbeschermingsmiddelen moet dalen. Het grote punt van verschil is vooral de manier waarop", zei Roelof Bisschop (SGP). Hij vindt zelf dat de ambitie van de minister lovenswaardig is, maar dat er wel alternatieven gereed moeten zijn. "We moeten onder ogen zien dat het tijd kost om de doelen te behalen."

Het CDA en de VVD sloten zich bij de opmerkingen aan, maar Maurits von Martels (CDA) en Helma Lodders (VVD) stelden wel dat het advies van de EFSA en het Ctgb onafhankelijk moet zijn en moet worden gerespecteerd, in plaats van het feit dat de politiek in steeds verregaandere mate over gewasbescherming beslist.

Praktische uitvoering is afwachten
Waar het CDA, de VVD en de SGP vinden dat het economisch wel haalbaar moet zijn om deze doelen te halen, zijn de Partij van de Arbeid (PvdA), de Partij van de Dieren (PvdD) en ChristenUnie sceptischer. Zij zijn bang dat deze doelen in de praktische uitvoering te wensen overlaat, waardoor de datum van 2030 niet gehaald gaat worden.

Daarnaast beloofde de minister te kijken naar een methode waarbij er op recept gewasbeschermingsmiddelen worden uitgeschreven. Ze wil dit ook bespreken met de sector. Met deze methode kunnen telers op middelen teruggrijpen als de ziektedruk te hoog wordt, al kunnen ze het gebruik tegelijkertijd ook minderen.

Ten slotte gaat de minister aan de slag met een strenger onderzoek naar de beoordeling van middelen. Ze gaat ervoor pleiten dat de veldstudies meegenomen worden en dat er eveneens moet worden gekeken naar de cumulatieve effecten. Wel benadrukt de minister dat het oordeel van de EFSA moeten worden gerespecteerd.