Login deelnemers

Nieuws

Wanneer vervangt groen de chemie?

Naarmate het chemische gewasbeschermingsmiddelenpakket afneemt, stijgt het aantal toegelaten 'groene' middelen en biociden. Toch blijft het juist beoordelen en erkennen van een dergelijke stof lastig. Beoordelaar Ctgb legt uit wat erbij komt kijken.

Het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) liet in 2018 120 nieuwe gewasbeschermingsmiddelen toe op de Nederlandse markt. In bijna 30 gevallen ging het om zogenaamde 'groene middelen'. Dat lijkt wellicht niet veel, maar in 10 jaar tijd nam het aandeel substantieel toe.

Die 120 toelatingen is misschien zo gek nog niet. Maar, Ctgb nuanceert dit door te melden dat het om meerdere toepassingen per middel gaat. De toegelaten stoffen zijn zowel nieuwe middelen als herregistraties. Naast 120 gewasbeschermingsmiddelen, werden 150 biociden toegelaten. Van het totale aantal aanvragen werd 12% afgewezen of teruggetrokken door de aanvrager. Het totale aantal toegelaten gewasbeschermingsmiddelen in Nederland bedroeg vorig jaar 1.000 middelen.

Nieuwe stoffen
Wie echter naar de nieuw ontwikkelde werkzame stoffen kijkt, ziet een ander beeld. Branchevereniging Nefyto presenteerde op hun jaarcongres duidelijke cijfers. In 2017, waarover de meest recente data beschikbaar is, werden 0 nieuwe werkzame stoffen geregistreerd. In 2016 was dat 1 stof. Wereldwijd werden er 4 nieuwe stoffen geregistreerd. De ontwikkelkosten zijn torenhoog, er zijn nog maar weinig partijen over die zelf nieuwe stoffen ontwikkelen en daarbij komt dat de Europese Unie (EU) steeds vaker wordt overgeslagen. De toelatingsprocedure is streng en vanuit de politiek wordt een ontmoedigingsbeleid gevoerd.

Het belang van 'groene middelen' is daarmee groeiende. Hier vindt veel ontwikkeling in plaats, vooral door een groot aantal spelers. Binnen de EU geldt voor groene middelen dezelfde toelatingsprocedure als voor de chemische middelen. Anne Steenbergh is wetenschappelijk beoordelaar bij het Ctgb. Zij legt uit hoe een groen middel wordt beoordeeld.

Geen aparte status
"Het lastige is dat de EU geen aparte status kent voor deze middelen, waar dat in andere delen wel het geval is. De beoordelingscriteria passen daarom niet altijd even goed. Zo komen gebruikte stoffen soms al vrij voor in de natuur. Daar moet je rekening mee houden. Een chemisch middel bestaat uit 1 stof, terwijl groene middelen vaak meerdere stoffen combineren."

Het Ctgb splitst de zogenaamde 'biopesticiden' op in 3 categorieën: de plantenextracten (botanicals), de signaalstoffen (feromonen) en micro-organismen. Deze zijn anders dan de zogenaamde 'laagrisicostoffen'. "Een laagrisicostof hoeft niet biologisch te zijn en andersom", verklaart Nicole van Straten. Zij is manager wetenschappelijke beoordeling en advies bij het Ctgb.

Van de 29 groene middelen die in 2018 werden toegelaten, gaat het in 8 gevallen om laagrisicostoffen. Daarnaast zijn 13 stoffen potentieel een laagrisicostof. Nog eens 8 middelen voldoen niet volledig aan de laagrisicocriteria, maar hebben wel een geringe impact op mens, dier en milieu. Een voorbeeld is azijnzuur, wat zodoende toch is toegelaten.

Beoordelingsprocedure
Echter, het wordt nog ingewikkelder voor de 75 wetenschappers die het Ctgb in dienst heeft. "Micro-organismen kunnen stofjes afscheiden die weer gevaarlijk zijn", legt Steenbergh uit. "Europese lidstaten hanteren soms verschillende benaderingen. De beoordelingsprocedure moet daarom geüpdatet worden."

Binnen het Ctgb bestaat een Green Team, die betrokken is bij het ontwikkelen van de richtlijnen (guidances) die de EU hanteert. Aangezien duidelijkheid mist, schuwen fabrikanten de EU. In 2016/2017 werden in de EU zo’n 400 stoffen goedgekeurd, waarvan bijna 25% van biologische oorsprong.